Maria, de moeder Gods, is in het oosters orthodoxe Christendom misschien nog wel belangrijker dan Jezus. aan de moederfiguur wordt een enorm belang gehecht. Menig katholiek in het westen voelt zich meer verbonden met Maria dan met haar zoon. ook menige niet gelovige heeft íets´met Maria.
Haar liefde en haar passie voor haar zoon, die de lijdensdood stierf en daarmaa de mensheid van de erfzonde verloste, is door de eeuwen heen in duizenden beelden en schilderijen blijkbaar zó menselijk verbeeld en daarmee zó dichtbij de gewone mens van vlees en bloed gebracht, dat de emotionele gelovige in haar de ware schakel ervaart tussen de aardse werkelijkheid en de spirituele goddelijke dimensie. Maria´s opoffering, haar moedig gedragen, serene, ingetogen verdriet, haar liefdevolle omarming om haar gestorven zoon, maar ook haar schoonheid, maken van haar de ideale moederfiguur in de beleving van miljoenen mensen.
Het zijn religieuze en niet religieuze zonen en dochters die troost zoeken in de denkbeeldige armen van Maria. Eigenlijk vaak helemaal niet denkbeeldig, getuige de niet zelden zelfs fysieke omgang (aanraken, kussen) met al dan niet kunstzinnige voorwerpen van aanbidding en devotie, die het leven van ´Mariafans` omringen. Hoe kan het toch dat al die gelovigen Maria zo hard nodig hebben? Hebben alle aardse moeders dan niet geboden waar al die zonen en dochters naar op zoek waren? Kunnen die aardse moeders simpelweg die moederlijke troost niet geven waaraan zo enorm veel behoefte is?
Heeft de (kunst) geschiedenis ons wellicht op het verkeerde been gezet? De gebeeldhouwde en geschilderde Maria is zozeer gemodelleerd naar ons vrouwelijke (moederlijke) ideaalbeeld, dat we er zelf in zijn gaan geloven. Haar moederlijke opofferingsgave en vermogen tot het bieden van veiligheid zijn zo overtuigend in steen en verf tot uitdrukking gebracht, dat we haar werkelijk als nabij kunnen ervaren en haar passie haast lichamelijk ervaren.
Onze eigen moeders zijn zeker menselijk, maar meestal niet verheven. We zien ze huilen, lachen en bang zijn. We hebben ze zien ploeteren en zijn getuige geweest van de fysieke en mentale vermoeienissen van het moederschap. Veel dochters en zonen ervaren of herinneren zich prettige, maar helaas ook te vaak minder prettige gebeurtenissen, want smetteloos gaan we niet door het leven….
Bijna elk wat ouder kind, dat de relatie met zijn of haar moeder beschouwt, kan een beschrijving geven van de relationele ´driehoek´ vader-kind-moeder; in geen enkele van die beschrijvingen zal de moeder als een goddelijke Madonna worden uitgetekend.
Nee, van Maria kunnen al die moeders het nooit winnen. Maria geeft zonder ook maar iets terug te verkangen: Maria is de ultieme droommoeder. En toch, Maria houdt haar gestorven zoon vast op een manier die universele moederliefde verbeeldt. Hoe moeders en kinderen ook schipperen tussen liefde, opoffering en loslaten, de universele moederliefde is geen enkele moeder vreemd…”.
Bron: Maria Glossy, uitgave van Museum Flehite, Amersfoort