Deze laatste opening, van Koos, ging over het mooiste lied van de musical……………………….. inderdaad: Stabat Mater.
Stabat mater dolorosa (Latijn, Nederlands: De moeder stond bedroefd ) zijn de beginwoorden van een gedicht dat waarschijnlijk al in de 13 eeuw is geschreven. Er is geen duidelijkheid over wie het heeft geschreven. Het gedicht is wel door 20 componisten op muziek gezet zoals Scarlatti, Vivaldi, Haydn, Rossini, Dvorak en Verdi. De bekendste uitvoering is die van een juist niet zo bekende componist: Pergolesi.
Je zou kunnen zeggen dat Gerard van Midden en Gerard van Amstel er weer een versie aan hebben toegevoegd. In hun versie laten ze een deel van het lied door Maria (degene die haar dan speelt) zingen. Maar Irma heeft dit weer aangepast aan de oorspronkelijke tekst omdat het gedicht over Maria gaat. De solo wordt daarom door een groepje gezongen, terwijl Maria speelt dat ze onder het kruis staat met haar zoon Jezus. .
Er zijn veel vertalingen van het oorspronkelijke gedicht gemaakt. Een mooie is die van Willem Wilmink, die als volgt begint.
De Moeder stond door smart bevangen
en met tranen langs haar wangen
waar haar zoon gekruisigd hing
De tekst van Gerard van Midden is ook prachtig. Bijzonder in de tekst is dat op een bepaald moment de traditionele rol van Maria naar de mensen omgedraaid wordt en wij als het ware tot haar en over haar zoon Jezus spreken. Dit is vanaf maat 149:
(koor) Lieve moeder, als ‘t zou kunnen, want wat zou ik je dat gunnen, geef de pijnen van je kind! Geef het kruis, ik zal het dragen, heel mijn leven, alle dagen, totdat ik je zingend vind.
Geef je tranen, laat me huilen, jij mag altijd bij me schuilen, ik verlaat je voor geen prijs. Ik zal heel mijn hart verpanden, aan jouw kind, ik ben zijn handen, tot in ‘t hemels paradijs.
Dit wordt een mooie en emotionele scène………..